• Minke Siesling

(uit) tocht naar Frankrijk


Rijdend over de Antwerpse ring richting Nederland zegt mijn zoon: ‘ik moet spugen.’

De timing, dat moet ik hem nageven, kon niet beter. Terwijl ik hem beveel het nog even in te houden probeer ik voor te sorteren richting Eindhoven en zoek ondertussen haastig met mijn andere hand in de voorraadtas naar iets wat kan dienen als spuugbak. Het teiltje die daar thuis de perfecte afmetingen voor heeft en, zo vermoed ik toch want dat herinner ik me zelf, decennia later nog herkend zal worden als 'de spuugbak', heb ik helaas niet mee ingepakt.

Hij zegt, nu met een snik in zijn stem, ‘mama, ik moet écht spugen.’ Ik beveel hem wederom te wachten, onder de indruk van mijn gezag over zijn maag (de rest van lijf en leden lijkt minder gevoelig voor mijn bevelen) en vind iets, al is het aan de kleine kant. Met een bewonderenswaardige precisie lanceert hij zijn maaginhoud in het potje, draait het dekseltje erop en overhandigt het mij weer.

Zijn broer bekijkt het hele tafereel met groeiende interesse en kondigt na een gepaste stilte aan: ‘misschien is er wel iemand die graag gemixte appel met popcorn eet?’


Terwijl we ondertussen over de Nederlandse grens rijden vraag ik me af of dit spugende kind degene was die zijn potje popcorn voor onderweg al bij de voordeur ophad en ik, om een crisis al bij vertrek te vermijden, hem een appel in zijn handen stak en zo dit alles eigenlijk mijn eigen schuld is.



Met aanhoudend groeiend respect voor mijn ouders denk ik aan de autorit richting Zuiden die wij vroeger jaarlijks deden. De reis kondigde zich steevast aan in een migraine aanval bij mijn moeder. Een heel huishouden inpakken voor een gezin met vijf kinderen bleek net iets teveel van het goede. Legendarisch is haar a4tje, aan beide kanten gevuld met opsommingen van wat we nodig hadden. Jaarlijks kwam deze weer boven, waarbij ze alles afvinkte met steeds een andere kleur pen.

Ondertussen stond de vouwwagen uitgeklapt op de oprit zodat mijn vader de staat van ons tijdelijke huis kon inspecteren. Hij had, zonder a4tje, zo zijn eigen systeem om de hoeveelheid spullen die we mee wilden verhuizen te beperken. Praktisch ingesteld en de afmetingen van de vouwwagen perfect kennende gaf hij ons elk een kratje met de opdracht die mooi te vullen tot de rand, waar alles wat er boven uitstak onherroepelijk terug onze kamer in ging.


Vertrekken deden we altijd in de vroege uurtjes van de dag.

Achter het stuur zat mijn vader. Naast chauffeur was hij ook DJ van dienst. Wij zongen uren mee met Elly en Rikkert tot mijn vader, zo schat ik het nu zelf als volwassene toch in, het op zijn heupen kreeg en de Dire Straits het even overnamen.

Mijn oudste zus had als eerste een heuse walkman mee en kon zich zo, hetzij niet fysiek, maar op zijn minst toch mentaal, afsluiten van de rest van het gezin. De terugweg helaas moest ze het weer met ons doen, de walkman had ze tijdens een marktbezoek achter het raam van de auto laten liggen waarna deze in de loop van de dag was gesmolten.


Mijn moeder zat naast mijn vader, zij was verantwoordelijk voor de catering en het onder controle houden van de kinderen. Tussen haar benen, een enorme tas met eten.

Op de achterbank van onze stationwagen zaten we met vier op een rij. Naarmate de jaren verstreken en onze kinderlijven groeiden werd dit een steeds grotere uitdaging. Om zweterige, aan elkaar plakkende blote ledematen zo veel mogelijk te vermijden spraken we af geschrankt te zitten. Het beste plaatsje was aan het raam, waar je de mogelijkheid had je hoofd neer te leggen zonder een knokige schouder tegen te komen en de direct daaropvolgende elleboogstoot kon vermijden. In slaap vallend met mijn hoofd tegen het raam hoorde ik de handdoek klapperen in de wind die we daar, op het heetst van de dag, tussen hadden gedaan.


De meest bijzondere plek was die in de achterbak. Daar stond een oranje koelbox waar een groot stuk Nederlandse kaas, komkommer, wortels en yoghurt in zaten. Degene die hier zat had de verantwoordelijkheid bij elk hongertje deze te openen en desbetreffend familielid het steeds warmere en minder aangenaam uitziende stuk groente te overhandigen. Naast de groenten had ook de kaas het lastig met de stijgende temperatuur, een zweem van zweetvoetenlucht verspreidend telkens de koelkast openging. Ik herinner mij veel in de achterbak te hebben gezeten, tot mij de principes van een democratisch systeem duidelijk werden en ik in opstand kwam. Vanaf toen zaten we, ook mijn protesterende puberende grootste zus, om de beurt een uur, en geen minuut langer, in 'de bak'. Op het uurwissel was er even een worsteling van armen en benen van voor naar achter en van achter naar voor, tot een ieder (geschrankt en wel) zijn plaats weer had ingenomen.


In tijden van all-in vakanties en vliegtuigreizen blik ik graag nostalgisch terug naar deze 'echte' vakantie ritten en hoop ik ooit de moed en de tijd te hebben verder dan naar thuisland te gaan met de kinderen, richting Zuiden of misschien wel Noorden, een lange rit, verveling en (mentale) uitputting voor de boeg.

Met als beloning, na die eindeloze lange dag, waarin natuur en nummerborden steeds maar weer veranderen, bij de ondergaande zon, een eerste duik te kunnen nemen in water (zonder chloor of openingsuren) en een avontuur die ze met evenveel heimwee en warmte na kunnen vertellen.

0 keer bekeken