• Minke Siesling

‘Nu denk ik écht dat ik ziek word mama’

‘Ik denk dat ik moet spugen mama.’

Zijn ogen stralen, alleen blijdschap te horen in zijn stem.

Snel doet hij het raampje van de auto open. Ik knik goedkeurend, dankbaar met dit kleine opvoedingsresultaat. Van spugen komt het niet en, tot zijn grote teleurstelling, zal hij ook vandaag niet ziek zijn. Hij heeft de pech gezegend te zijn met een sterk gestel en een maag die zich niet zonder boe of ba omdraait, in tegenstelling tot de ingewanden van zijn broer die hier wat minder moeilijk over doen. Terwijl hij nog een laatste poging doet tot spugen (zoveel mogelijk speeksel verzamelen) denk ik aan één van de meest levendige herinneringen die ik met mijn broer en zussen deel, ziek zijn.


Als je ziek was mocht je de hele dag op de bank liggen. Dekbed en kussen verhuisden mee naar beneden, dicht bij mama. Die eerste dagen, ik geef het toe, waren ellendig. De periodes van steeds misselijker worden, weten dat het spugen eraan komt (die weg naar het effectieve overgeven, met steeds intenser golven van misselijkheid, vreselijk) dan die onnatuurlijke samentrekking van je ingewanden waarbij alles (inclusief traanvocht en met een beetje pech de inhoud van de darmen) naar buiten geperst werd. Met daarna een heerlijke, helaas vaak korte periode, van (koortsige) rust. Waarna de hele cyclus weer van voor af aan begon.


Maar de dag dat je wakker werd en voelde dat je beter was, mama haar hand op je voorhoofd legde en zij het ook wist en ze toch zei: nog één dagje uitzieken?

Hoe ze die dag naar de winkel ging en je wist dat ze een puzzelboekje en snoepjes voor je zere keel zou meenemen

Hoe je beschuit met appelstroop kreeg, zomaar daar op de bank

Hoe je mocht luisteren naar sprookjes op casettebandjes en je dan weer op de ene, dan weer op de andere zijde ging liggen, omdat je gloeiende wangen afwisslend de koelte van je kussen konden gebruiken

Hoe papa thuis kwam, in pak en das (met om zijn broekspijpen nog klemmen zodat ze niet in zijn fietswiel draaiden) hij zijn koude hand op je voorhoofd legde en opmerkte dat je toch nog wel warm was,

Hoe het hele gezin aan tafel ging voor het avondmaal en hoe je dan genoot van die geluiden op de achtergrond vanaf dat plekje op de bank

En hoe één van mijn zussen, ze was al aan het studeren, koortsig met de trein naar huis kwam. Haar dekbed en kussen pakte en op de bank ging liggen. Want ziek zijn zonder deze vanzelfsprekende moederlijke zorgen leek haar onoverkomelijk.


Dankjewel lieve mama

Voor al die koude washandjes op onze voorhoofden,

Voor al die keren dat wij jou riepen en jij opstond.

En we je met haren alle kanten op (zo anders zag je eruit midden in de nacht) al sussend zagen komen.

Voor al de bedden die je zonder klagen verschoonde omdat onze maag ons die eerste nacht verraste en we de wc niet haalden.

Voor alle begeleidingen van en naar het toilet, waar we met koortsige billen op die opeens erg koude bril zaten te rillen.

Maar vooral voor dat laatste dagje, een onuitgesproken cadeautje, die zoveel gelukzalige herinneringen gaf.



Naast een ongehoorzame maag doen de botten van mijn oudste duidelijk ook niet wat hij zo graag zou willen: breken.

Even nadat hij beweert zijn voet gebroken te hebben zie ik deze zeer trefzeker tegen het achterwerk van zijn broer belanden. Ik neem me voor binnenkort een uitziekdag zonder ziektebed voor hem in te plannen, deze arme jongen heeft nooit de kans eentje op te eisen. Want net zoals vakantie na een lange periode school is een (uit) ziektedag op tijd en stond nodig om te weten wat het is om na een periode van extra zorg en aandacht weer gelukkig (alleen) te kunnen zijn. En dan hoop ik dat hij opgroeiend langzaamaan zal leren zichzelf te koesteren en verzorgen, juist als hij het zo graag van een ander zou krijgen, zoals ik het zo vaak nog te oefenen heb.

45 keer bekeken