• Minke Siesling

Hand aan wang



Vaker wel dan niet moet ik voor ik ga slapen één, twee of soms drie voelbaar snel groter wordende kinderlijfjes naar hun eigen bed dragen.


Vaker wel dan niet komt er ergens in de nacht weer zo’n klein lijfje bij me liggen

Soms zo stilletjes dat ik het pas als ik zelf wakker word opmerk.


Vaker wel dan niet vergis ik me in welk kind het is, tot hij op een nacht zijn warme handjes rond mijn gezicht legt en ik terug gekatapulteerd word naar zijn babytijd.

Want vaker wel dan niet lag hij naast me, handjes op mijn gezicht.


Vaker wel dan niet maakte ik de vergissing mijn hoofd, omdat ik overvallen werd door claustrofobie, te draaien. Waarna hij deze met een vanzelfsprekend dwingende zucht weer in juiste positie legde. En vaker wel dan niet gaf ik me over, omdat het vooruitzicht de strijd aan te gaan me nog vermoeider maakte dan ik al was.


Vaker wel dan niet was ik dit vergeten, zat dit (onvoorstelbaar dat zo diep in reserves gaan zo snel kan vervagen) heel ver weg in tijd en geheugen op een plaats waar ik niet meer aan leek te kunnen.


Maar ook nu nog knuffelt en streelt hij me vaker wel dan niet. Begraaft zijn gezichtje diep in mijn hals, snuift me op en zegt dat ik het lekkerste ruik. Vaker wel dan niet ben ik ontroerd dankbaar voor hetgeen hij me geeft en ik diep in mijzelf zo herken.


En allervaakst wel dan niet wens ik dat hij dit pure, liefdevolle hart nooit zal leren sluiten.

Dat het open mag blijven kloppen, onafhankelijk van het aantal hij wellicht naast zich zal weten komen of gaan.


Omdat kiezen voor voelen,

kiezen voor een open kloppend hart,

telkens weer,

kiezen voor leven is.

0 keer bekeken